Het is al behoorlijk druk wanneer ik het drijvende restaurant binnen loop. Ik krijg een plaats aan het water aangeboden, en men vraagt of mevrouw zo dadelijk komt. Ik moet lachen, en het meisje van de bediening schrikt. Van de vraag of ze wellicht iemand voor mij weet moet ze blozen, en met een glimlach loopt ze weg. Inmiddels is de stad oranje aan het kleuren, beschenen door de ondergaande zon die langzaam aan het zakken is. De fles rosé arriveert, en genietend van het uitzicht neem ik een slokje. Een voor een beginnen de gerechten binnen te lopen, en de een smaakt nog beter dan de ander. Het restaurant is inmiddels volgestroomd met hippe stelletjes en ook de vlotte veertigers ontbreken niet. Een yuppenboot lijkt het wel, maar het is gezellig en ik voel mij thuis.
Als ik na het eten mijn derde fles rosé bestel, om de zonsondergang met een goed gevuld glas te kunnen aanschouwen, komt het meisje van de bediening bij mij aan tafel zitten. Ze is klaar vertelt ze, en ze was even toe aan rust. Ik schenk haar het nog ongebruikte tweede glas dat op tafel staat in, want van mij hoeft ze niet weg. We beginnen te praten, ronduit, over vanalles. Het is mij inmiddels opgevallen hoe mooi de glanzende blauwe ogen zijn die mij aankijken. Wanneer ze zwijgt vertellen haar ogen verder, deels verscholen achter lang blond haar.
Plots staat ze op, en loopt naar binnen. Ik begin mijzelf af te vragen of ik iets verkeerds heb gezegd, maar het antwoord volgt al snel. Vanuit de deuropening komt ze aanlopen met een groot bord met ijs en fruit. ‘Voor ons’ zegt ze, terwijl ze het bord op tafel zet. We laten de lepels kletteren op het bord, genietend van het prachtige weer in deze geweldige stad. Als het bord leeg is staren we nog een geruime tijd de zon na, en na de koffie besluiten we beide dat het tijd is om op te stappen. Aan het einde van de schommelende loopplank volgt een zachte kus, waarna zij links gaat, en ik rechts…